Spinvismeisje

Atze de Vrieze schreef een artikel op 3voor12 over Spinvismeisjes: singer-songwritermeisjes die besluiten om in het Nederlands te zingen. Hij rekent mij ook tot die “categorie”, en schreef o.a. dit:

“Als je in Nederland rapper wordt, is het volstrekt logisch om je van de Nederlandse taal te bedienen. Wat denk je wel niet, in het Engels? Heb je serieus de illusie in het buitenland potten te kunnen breken? Er is nog een opvallende groep muzikanten die de laatste tijd massaal overstapt op de moedertaal: vrouwelijke singer-songwriters. Alleen al op Noorderslag treffen we Eefje de Visser, Rita Zipora en Clean Pete (een tweeling, vrouw in het kwadraat!). Daar buiten kennen we o.a. Roosbeef, Aafke Romeijn, en Beste Singer-Songwriter Van Nederland deelnemers Maaike Ouboter en Mevrouw Tamara, stuk voor stuk ‘mysterieuze gewone meisjes’. 3voor12 graaft naar de wortels van deze opvallende trend.

Uiteraard, al zolang als de Nederlandse taal bestaat, wordt hij gebruikt in (populaire) muziek. Natuurlijk door zowel mannen als vrouwen. Van het Jordaan-lied in de jaren vijftig, via de rock ’n roll naar de grote hits van Doe Maar, Het Goede Doel en Toontje Lager in de jaren tachtig naar hedendaagse hitkanonnen als Marco Borsato en Nick en Simon. Maar in de alternatieve popmuziek zie je het toch minder, en zeker niet zo stelselmatig als nu bij de dames.

Aafke Romeijn debuteerde nog in het Engels, maar eind vorig jaar verscheen haar eerste Nederlandstalige album Chin. Ind. Spec. Rest. Haar teksten zijn grillig en grappig, met onder meer een liedje dat Kalashnikov (naar het automatische geweer) heet, waarin ze zichzelf voorstelt als ‘het zwaard boven je hoofd’. “Geen liedje zonder dreiging en geen album zonder moord”, stelt ze stoer. Een gevaarlijke vrouw? Misschien, maar dan wel een in het lichaam van een doodnormale vrouw. Een die Nederlands studeerde en die taal onderwijst op een keurig gymnasium in Utrecht. Dat zijn twee redenen om niet verbaasd te zijn dat een van haar liedjes Bint heet, naar de klassieke roman van Bordewijk over een leraar. “Ik wou dat ik een zin kon schrijven zoals Bordewijk dat kon. Korte zinnen, met heel concrete beelden. Gezichten van mensen vergelijkt hij met gebouwen, een klas in Bint omschrijft hij als een dier.” Bint droomt over de ultieme klas, door consequente tucht gevormd. Aafke Romeijn is de jonge vrouw die nooit lerares had willen worden, en die zelf het liefst nog met een rugzak door de gang zou huppelen. Net als veel van haar collega’s zoekt ze spanning in een fictioneel randje of poëtische omschrijving, zodat je het net niet helemaal begrijpt. “Mijn leven is eigenlijk helemaal niet zo interessant. Ik maak er met een ‘nieuwe vaagheid’ iets universelers van.”

“Ik zat in een punkbandje”, zegt Romeijn over de aanloop naar haar switch. “Nederlandstalige punk bestond wel, de Heideroosjes. Maar dat was flauw, bijna carnaval, terwijl je in het Engels grappig kon zijn, een belangrijk verschil. Ik schreef al van jongs af aan gedichten in het Nederlands, maar dacht er nooit over om die op muziek te zetten. Wel had ik een cover van De Jeugd Van Tegenwoordig op mijn repertoire”, vertelt ze. “Toen mijn vader op een gegeven moment zei dat hij dat het beste uit mijn set vond, moest ik er nog niets van weten. Even later nam mijn zusje me mee naar een concert van Spinvis. Ik wist dat hij bestond maar ik had nooit naar hem geluisterd. Die avond dacht ik: het kan. Ik probeerde een liedje, en toen dacht ik: wacht maar, het wordt een hele plaat.”

Daarop ontstond een hele discussie op d’n twitters, waarin mede-journo’s Atze terugfloten omdat het label Spinvismeisjes “aanmatigend” zou zijn. Ben ik het niet mee eens. Spinvis zelf was het er wél mee eens: die reageerde op z’n facebookpagina als volgt:

Screen Shot 2014-01-14 at 09.32.52Episch.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *