Album schrijven in zeven stadia

Nu ik bezig ben met het schrijven van mijn derde album, valt me opeens op dat ik tijdens schrijfprocessen steeds door dezelfde fases heen ga. Nou leek het me therapeutisch gezien wel interessant om eens te proberen om deze fases inzichtelijk te maken voor iedereen die nog nooit een album heeft geschreven (dat is een vrij groot percentage van de mensheid, volgens mij – singer-songwriters niet meegerekend). Bij dezen presenteer ik u: Het Schrijven Van Een Popalbum In 7 Stadia.

(NB: ik zit gedurende een maand of vier een dag per week in de studio. Ik ga dus niet – zoals veel anderen – pas de studio in als ik mijn hele album geschreven heb)

1. De Ik-Heb-Nog-Vet-Veel-Tijd-fase

Goed. Je hebt inmiddels alweer een jaar getourd met de nummers van je vorige album, dus die ben je kotsbeu. Best lastig om al die gevoelige ballads over exen met wie het inmiddels alweer zes jaar uit is elke keer weer met een snik in je stem te brengen. Tijd voor een nieuw album, dus. Samen met je label bedenk je een tijdpad – over een paar maanden eens de studio in, over anderhalf jaar dat album droppen – en je weet dat je dus moet beginnen met het schrijven van nieuwe nummers. Maar no hurry: je hebt nog alle tijd, en je hebt tijdens de vorige tour nog drie halve nummers bedacht, dus je kunt sowieso wel aan de slag. Rustig leun je achterover, maak je jezelf een gin-tonic en bedenk je welke series je de komende tijd gaat kijken “ter inspiratie”.

2. De Kut-Ik-Ben-Gelukkig-Waar-Moet-Ik-Over-Schrijven-fase

Over een week staat de eerste studiodag gepland, en eigenlijk heb je nog steeds niet echt een idee waar je over moet schrijven. Normaal gesproken zou je lekker ranten over een ex of iemand anders die je haat, maar ja: je bent eigenlijk keigelukkig en alles gaat van een leien dakje, dus waar de fuck moet je nu die ballads over schrijven? Je zit dagen op een potlood te kauwen en gaat uit frustratie het hele huis poetsen (inclusief de koelkast – it’s that bad) en begint langzaam maar zeker te twijfelen… WAT ALS JE JE MOJO KWIJT BENT GERAAKT?

3. De En-Opeens-Is-Er-Een-Liedje-fase

Als bij toverslag is er op de ochtend van de eerste studiodag een liedje. Het is een totaal andere stijl dan die je van jezelf gewend bent. Je ziet de producers en bandleden fronsen, maar zelf ben je door het dolle heen: hey, er is een liedje! Plus: in de studio je eigen muziek tot leven wekken is magic. Crack. En dat was je even vergeten.

4. De Innerlijke-Gebalde-Vuist-fase

Na een week of vier gebeurt het opeens: er dient zich een liedje aan dat zich vanzelf lijkt te schrijven. Eenmaal in de studio staat het er binnen een paar uurtjes op, en vanaf het moment dat je de bounce op de terugweg naar huis luistert denk je: fuck it, dit is een hit! Dit is een vet nummer! Je zet het op repeat en laat het daar schaamteloos een week staan. En elke keer dat je het nummer hoort maak je een innerlijke gebalde vuist. Alleen… dit nummer is zo anders dan de rest van de nummers die je met hangen en wurgen al opgenomen hebt, dat je besluit het roer radicaal om te gooien. Je album moet immers vol staan met dit soort hits. Misschien dat je dan eindelijk eens genoeg buma toucheert om meer dan drie keer boodschappen van te doen bij de Lidl. Vanaf dat moment gaat het schrijven opeens als een trein (die niet van de NS is): de hits rollen uit je mouw. Je hebt je mojo weer gevonden.

5. De Existentiële-Twijfel-fase

Vroeg of laat breekt ‘ie toch aan: de twijfel (dat is: als je zo’n notoire piekeraar bent als ik. Anders leef je rustig door met een gebalde vuist in je innerlijk). Het kan zijn wanneer je na weken zwoegen de eerste tracks aan je label/publisher/boeker/moeder/oma/echtgenoot laat horen en hij of zij niet met allesomvattend enthousiasme reageert. Want stiekem hoop je toch dat iedereen die je nummers hoort op z’n knieën stort en roept dat ‘ie nu kan sterven. Note to self: dat gebeurt niet. More likely krijg je hier en daar nog wat opbouwende kritiek van de pro’s (en familieleden) om je heen. Toch ga je twijfelen hè… Zijn het wel echt goede nummers? Is het wel radiofähig? Wat gaan de fans ervan vinden? En de recensenten? Gaat het wel verkopen? Als het goed is heb je mensen om je heen die je dit soort nonsens-vragen uit je hoofd praten. Als dit niet zo is: zoek dit soort mensen en omring je ermee. Anders word je David Guetta.

6. De Nieuwe-Instrument-Fase

Het moment dat je via marktplaats een tweedehands synthesizer/ukulele/tuba koopt en er thuis een beetje op begint te spelen, en je opeens denkt: FUCK DIT IS VET, ik wil dit op AL MIJN TRACKS! Waarna je een studiodag besteedt aan het opnemen van synth/ukulele/tuba-partijen voor bij al je nummers, die je producer er vervolgens uiteindelijk subtiel maar trefzeker weer uit mixt (godzijdank).

7. De Het-Moet-Af-Fase

Uiteindelijk moet zo’n album af. Dus je luistert al je tracks nog een keer door. Het zijn er 20, maar je vindt er maar 10 goed genoeg voor op het album, en schrijft op het laatste moment nog drie nieuwe nummers die je als een razende roadrunner nog snel opneemt tijdens de laatste studiodagen. Je overlegt en luistert en luistert nog vaker en maakt nog acht keer een nieuwe tracklist. Uiteindelijk sneuvelt er altijd één nummer waarvan je zeker wist dat het een nummer-1-hit zou worden, en er komt één nummer op dat je zelf achteraf meer iets voor op een bzn-album vindt, maar waar je labelmanager heel enthousiast over is (mark my words: dat wordt dus de hit).

En dan is het afwachten. Nagels bijten. Tot de persdag, de release en de tour. En de reacties van de luisteraars. Maar tot die tijd: groetjes uit de studio. Studiodagen zijn magisch.

IMG_7300 kopie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *