Waarom de lerarenopleiding op de schop moet

Dit artikel verscheen op 11 januari op de website van Vrij Nederland.

gelopen vrijdag kondigde minister Bussemaker aan dat de universitaire lerarenopleidingen op de schop gaan. Nog voordat ik gelezen had welke veranderingen er op stapel staan, leek me dit reden genoeg voor champagne en taart. Immers: in het geval van de lerarenopleiding betekent verandering al snel verbetering. Nog groter werd mijn vreugde toen ik las dat de regel afgeschaft wordt dat je voor een eerstegraads bevoegdheid eerst een vakspecifieke master moet volgen, maar dat er een tweejarige master komt waarin maatwerk geboden wordt.

Iets meer dan een jaar geleden schreef ik een uitgebreid artikel over hoe de universitaire lerarenopleiding in mijn ogen op vele niveaus faalde. In mijn stuk beperkte ik me tot de tekortkomingen van de eenjarige masteropleiding waarmee je een bevoegdheid haalt. Ik liet het drama dat zich in het jaar vóór die master afspeelde buiten beschouwing.

Hoe dat zit? Ik belandde direct na het behalen van mijn bachelor Nederlands in het onderwijs. Na twee jaar wist ik dat ik les wilde blijven geven, en besloot ik mijn bevoegdheid te gaan halen. Tot mijn schrik kwam ik er toen pas (rijkelijk laat, inderdaad) achter dat ik niet alleen de lerarenopleiding moest doen, maar dat ik eerst nog een vakspecifieke master Nederlands diende te halen. Een reguliere éénjarige master: zes vakken en een dikke scriptie. Deeltijd bestond op de universiteit niet, maar ik hoopte dat twee colleges per week te combineren zouden zijn met een halve baan in het onderwijs.

Lees (gratis) verder op de site van Vrij Nederland.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *