Weemoedmuziek #2: David Bowie

2009.

Paarse Toyota Starlet uit 1996. Ik rij naar een optreden. Gisteren zaten we op de bank en keken we naar de bbc. ‘Van wie is dat nummer’, vroeg ik. Hij moest heel hard lachen. ‘Dat weet je niet?’

Nee, dat wist ik niet.

‘Jezus, soms ben je opeens zo jong.’

Nee hoor, dat is niet opeens. Ik was altijd al tweeëntwintig jaar jonger. Ik bleef hem aankijken.

‘David Bowie’, zei hij uiteindelijk. Hij had gelijk: ik was jong, had dit moeten weten.

Natuurlijk kende ik David Bowie. Mijn moeder had al zijn platen voordat ze ze begin jaren negentig weggooide en ondanks alle goede voornemens nooit voor cd’s verving. Ze heeft Bowie live gezien. Zij wel. ‘Was echt niet zo goed hoor’, zegt ze. ‘De helft was geplaybackt. Hij speelde saxofoon zonder rietje.’ Toen was de bewondering wel een beetje over, ja.

Ik deed wat mijn moeder naliet: ik kocht een cd. Ik had geen idee waar ik in het oeuvre moest duiken, dus begon ik maar gewoon bij het begin. Of waarvan ik dacht dat het het begin was: Space Oddity. Onderweg, in het donker, gebeurt iets zeldzaams. Ik hoor Letter To Hermione en moet huilen. Meestal rij ik alleen. Er is ruimte voor tranen, maar doorgaans komen ze niet. Liedjes over liefdesverdriet raken me zelden, maar dit gaat niet over liefdesverdriet, maar over weemoed. They say your life is going very well. Daar ergens, op een afstand, onzichtbaar bijna, is iemand die verder leeft in mijn afwezigheid. Die al lang degene niet meer is met wie ik sprak. Ik rij door.

 

2013.

Paarse Toyota Starlet uit 1996. Ik ben op weg naar Renkum, maar ik mail iemand anders. Één hand aan het stuur, in de andere mijn telefoon. Voor de zekerheid parkeer ik.

‘Dat ik dit nog mag meemaken’, typ ik.

Die ochtend was het er opeens: een nieuw album van David Bowie. Nog voordat ik één noot gehoord had was ik al ontroerd. Een nieuw album. Nieuw materiaal. Een boodschap van de man die zich tien jaar lang verstopt heeft. Van wie ik nooit meer iets dacht te kunnen ontdekken. Het is een geschenk dat zo groot is dat ik overmand raak.

Onderweg gebeurt het weer. Love Is Lost. Dit is zo goed dat ik hardop lach en een paar keer met gebalde vuisten op mijn stuur sla. Dit moet ik iemand laten horen. We weten hoe het werkt: degene met wie je de extase van een nieuwe ontdekking deelt, is dezelfde persoon die je belt wanneer je ’s nachts dronken thuis komt en allerlei diepzinnige, alomvattende zaken kwijt moet. Opeens weet ik het: dat is niet degene die me op David Bowie wees.

Ik mail degene die ik al dagen mail. Iedere tien minuten. Iedere tien minuten krijg ik ook iets terug, dat ik vervolgens met een gretigheid in me opzuig die obsessief te noemen is.

‘Dat ik dit nog mag meemaken’, typ ik.

 

Het is 2016, en inmiddels is Bowie de enige overgebleven held. De rest is gestorven of heeft afgedaan. Ik heb alles van hem afgekeken: de conceptalbums, de outfits, de verf die ik over mijn gezicht gooi, de alter ego’s, de overgave. Wanneer een journalist me vraagt wie mijn grote voorbeeld is, heb ik het niet langer over Stravinsky, Brel of een willekeurige naam (gewoon omdat het grappig is). Ik ben bloedserieus, en noem Bowie. Ik las biografieën, verloor me in concertregistraties, en speurde wanhopig het internet af in de hoop iets te vinden dat erop zou kunnen duiden dat hij nog eens zou gaan touren –

we zijn op Schiermonnikoog: degene die ik mailde in 2013, ik, en de Grote Onbekende die al een maand of zes groeit in mijn buik. Het is nog koud, maar ik heb vogels gezien die ik thuis nooit te zien krijg. Ze rennen door de branding. Als ik ’s ochtends de radio aanzet hoor ik iets dat onmiskenbaar Bowie is, maar dat ik nog niet eerder hoorde. Zouden ze hem dan eindelijk weer draaien op de radio? Meteen weet ik dat dit maar één ding kan betekenen.

Hij is dood.

Onmiddellijk moet ik aan Joseph Beuys denken. Hij stierf toen mijn moeder zwanger was van mij, en zestien jaar later ontdekte ik hem, dankzij mijn lerares kunstgeschiedenis. Hij werd één van die helden. Een dode. Zou het kunnen dat de Grote Onbekende over een jaar of zestien David Bowie ontdekt, zoals ik dat ooit deed? Niet dankzij, maar ondanks mijn moeder?

Hij is dood en we nemen de boot terug naar huis. Pas maanden later durf ik Blackstar weer te luisteren, in de paarse Toyota. De Grote Onbekende eet inmiddels Rudi, en Bowie doet iets waar ik hem niet dankbaar genoeg voor kan zijn: hij laat me weten dat er niets veranderd is nu ik moeder ben geworden. Muziek heeft nog altijd dezelfde, allesomvattende kracht als voorheen. Ik glimlach en sla zachtjes met een vuist op het stuur.

 

In de serie Weemoedmuziek heb ik het over albums die ik niet meer kan luisteren, omdat ze zo verweven zijn met herinneringen dat ik meteen van slag raak. Deze week is dat Blackstar van David Bowie. Volg ook de bijbehorende spotifyplaylist. Andere afleveringen lees je hier.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *