Categorie: Geen categorie

Vakantieboeken

Sinds een paar maanden ben ik weer terug op het leestempo (en bijbehorend leesplezier, niet geheel onbelangrijke) van voordat ik Nederlands ging studeren (da’s alweer 14 jaar geleden, ik word bejaard) en mijn casual leesplezier voor een groot deel verloor. Het is nog steeds elke dag een cadeautje dat ik mijn grootste hobby weer heb terugveroverd, en ik vind niks zo leuk om met jullie te delen wat ik gelezen heb. Deze vakantie las ik iedere week 1 of 2 boeken, en dit waren de uitschieters.

The Black Dahlia – James Ellroy

Een donkere misdaadroman voor liefhebbers van de klassieke whodunnit, maar ook voor liefhebbers van psychologisch-historische romans. Gaat over een agent in L.A. in de jaren veertig, die geobsedeerd raakt door een moordzaak die hij niet opgelost krijgt. Ellroy’s stijl is briljant: korte zinnen, strak belijnd, en hij heeft zich het historische agentenjargon perfect eigen gemaakt. Heel indrukwekkend boek.

Lees hier verder! →

Tuinpark Nieuw Vredelust

Toen mijn boek uitkwam werd ik geïnterviewd voor het Parool door Marjolijn de Cocq. Dat was ontzettend gezellig (en ze schreef een mooi stuk, waarvoor dank), en een paar dagen later kreeg ik een mailtje. Of ik een paar dagen wilde verblijven in haar tuinhuis op Nieuw Vredelust. Ik had nog nooit van die plek gehoord, en was meteen nieuwsgierig.

Wat bleek? Midden in Amsterdam, op een stuk grond tussen de Arena, de A2 en het spoor, ligt een tuin. Niet zomaar een tuin, maar een plek waar tientallen Amsterdammers een huisje hebben gebouwd om ’s zomers te verblijven. Zonder elektriciteit of riolering. Helemaal zelfvoorzienend dus: de meeste huisjes hebben zonnepanelen en een septic tank (zo’n ding dat ze bij Ik Vertrek ook allemaal onder hun sjambredoot hebben liggen).

De tuintjes zijn allemaal verschillend, even divers als de bewoners. Sommige zijn helemaal piekfijn aangeharkt en gesnoeid met een nagelschaartje, andere zijn ruig en wild. Het huisje van Marjolijn ligt in een echte natuurtuin vol wilde rozen en bosaardbeien. In het huisje is dus geen elektriciteit, warm water stook je met een geiser met gasfles, en licht maak je met olielampen en waxinelichtjes. Een soort kamperen 2.0 dus.

Binnen is alles wat je nodig hebt: een bank met kussens en dekentjes, eettafeltje, aanrecht, tweepersoonsbedstee en hoogslaper. De tuin die het huisje omringt is door alle regen en hitte compleet ontploft, waardoor je het gevoel hebt in een soort groen nestje te zitten. ’s Ochtends vroeg trippelen vogels over het dak, de rest van de dag ruisen ze zingend van de ene naar de andere tuin. En dat midden in de stad!

Ik zit hier niet zomaar: de gemeente Amsterdam wil de volkstuinen graag platmaaien om er een woonwijk met hotels en parkeerplaatsen voor touringcars te bouwen. Heel functioneel allemaal, maar doodzonde als je het mij vraagt. Juist een totaal door toeristen verstopte stad als Amsterdam heeft plekken zoals Vredelust nodig, waar geen plan is en bewoners eigen verantwoordelijkheid dragen om iets moois te maken. Daarnaast dienen volkstuinen als groene longen van de stad, waar vogels, vlinders, en – belangrijk – bijen hun plek vinden. Het houdt de stad kortom in meerder opzichten levendig.

In het verleden waren er al veel schrijvers die op Vredelust een retraite zochten om te schrijven, waaronder Adriaan van Dis en Rudy Kousbroek. In navolging van die traditie nodigen de tuiniers van Vredelust deze zomer een aantal schrijvers uit om op hun land te verblijven en iets te schrijven. De komende week werk ik aan een stuk over het belang van “rommel” in de stad, dat binnenkort verschijnt.